De verklaring ligt in het inveergedrag. Iedere band vlakt onder belasting aan de onderkant iets af. Dat resulteert in een recht rijvlak. Bij een gelijke spanning hebben brede en smalle banden een even groot rijvlak. Omdat een brede band meer in de breedte inveert, heeft een smalle band een smaller maar langer rijvlak. Het vlakke stuk kan men zien als een lastarm die de rolbeweging van de band tegenwerkt. Door de sterke afvlakking van een smalle band wordt deze minder rond. Hierdoor ontstaat bij het afrollen dus een grotere vervorming. Bij brede banden ontstaat minder afvlakking, hierdoor blijft de band ronder en rijdt daardoor lichter. Rolweerstand: Al bij 2 bar rijdt een 60 mm brede band net zo licht als een 37 mm brede band bij 4 bar. 
|